|
De Veda's
Aan het begin van het tijdperk, Swetavaraha kalpa
genoemd, wilde Brahma, de Schepper, graag zijn verlangen een
universum te scheppen tot vervulling brengen. Daarom mediteerde
Hij duizenden jaren achtereen toen op een dag de allerhoogste
God hem verscheen in de vorm van de oerklank OM (of AUM). De
oerklank Om, ook bekend als de Pranava, is het symbool
van het Absolute en is daarom het meest heilige symbool van de
Veda’s. Bekoord door Brahma’s lange beoefening van ascese
schiep de Opperheer uit de oertrilling OM achtereenvolgens de
Rigveda, de Yajurveda, de Samaveda en de Atharvaveda. Daarna
onderwees Hij deze vier Veda’s aan Brahma, die nu in staat was
met deze kennis het huidige universum te scheppen. Zo wordt
aangegeven dat de Veda’s zelfs al voor de schepping van ons
universum bestonden.
De
Veda is onvernietigbaar, altijd bestaand, ongeschapen en de bron
van al het geschapene. De Vedische hymnen zijn een uitdrukking
van de natuurwetten, die eeuwig dezelfde zijn en onveranderlijk
hun werk verrichten, schepping na schepping. Omdat de Veda
onveranderlijk en eeuwig is en zowel inzicht geeft in het
scheppingsproces als in de evolutie van de mens, is ze door alle
tijden heen als een anker voor het schip van het leven. Ze is de
essentie van alle leven.
De
hymnen van de vier Veda’s zijn niet het product van het
menselijk intellect, maar de weergave van het goddelijke met
behulp van het verfijnde waarnemingsvermogen van de Vedische
zieners. Ze worden Shruti genoemd, dat wat geopenbaard
is. De Vedische geschriften zijn een soort blauwdrukken van de
absolute werkelijkheid en niet de Veda zelf. Het menselijk
bewustzijn is de container van de Veda. In de mens is de Veda
gevestigd in het hogere Zelf, de oorsprong van alle gedachten en
handelingen.
Pas relatief kort geleden werden de Vedische hymnen als een
geheugensteun en bevestiging voor de mensheid, door de wijze
Veda Vyasa in systeem gebracht en op schrift gesteld. Zijn
discipelen, Paila, Vaisampayana, Jaimini en Sumanta onderwezen
hen aan hun discipelen en deze gaven ze weer door aan hun eigen
leerlingen. Ze worden daarom amnaya genoemd, of dat wat
door traditie tot ons komt.
Betekenis, omvang en essentie van de Veda’s
De
kennis van de vedische zieners over het bestaan en de
ontwikkeling van het menselijk bewustzijn was onmetelijk. Alle
takken van moderne wetenschap en alle technologie, ja zelfs alle
wereldgebeurtenissen, vinden hun uiteindelijke vervulling in het
ontrafelen van de wijsheid van de Veda. Inzicht in de betekenis
en praktische toepassing van de Veda in het leven zal toenemen
wanneer het menselijk bewustzijn zich verdiept. De Veda’s zijn
voor een buitenstaander niet gemakkelijk te begrijpen. Haar
kennis is in zeer beknopte vorm - aforismen - vastgelegd, wat
het van buiten leren van de Veda voor de student
vergemakkelijkte, maar wat haar toegankelijkheid zeer
bemoeilijkt. Het is de Indiase wijsgeer Maharishi Mahesh Yogi
die met behulp van de takken van moderne wetenschap de Vedische
literatuur op zeer wetenschappelijke wijze in systeem heeft
gebracht en in al haar onderdelen heeft verklaard.
Veda = volledige kennis van het leven
De
Veda’s en haar onderdelen geven een volledige en systematische
beschrijving van alle facetten van het bestaan. Maar wat wordt
bedoeld met alle facetten van het bestaan of ‘volledige kennis
van het leven’? In elk proces van de schepping en bij elke
activiteit die we als mens verrichten kunnen we bij onderzoek
naar ‘volledige kennis’ drie elementen onderscheiden:
de
kenner = degene die waarneemt
het proces van kennen = het proces van waarnemen
het gekende = datgene wat wordt
waargenomen
De
moderne wetenschappen houden zich voornamelijk bezig met ‘het
gekende’, met datgene wat buiten ons ligt, en men probeert zich
daarmee een visie te vormen omtrent het bestaan. Deze
benadering is echter beperkt, omdat het menselijk bewustzijn
zelf, die de container is van alle kennis, niet in dit concept
van studie wordt meegenomen. De Veda neemt daarentegen het
menselijk bewustzijn, haar structuur en ontwikkeling, juist als
uitgangspunt voor onderzoek. Zij maakt gebruik van het oeroude
adagio: door het Zelf te kennen kun je alles kennen, of:
microkosmos is macrokosmos. De Veda geeft inzicht in en
verklaart van daaruit alles over de kenner (het subject van
kennis), het gekende (het object van kennis) en de relatie
tussen die twee. Vanuit het basisprincipe van bewust-zijn, dat
zich bewust is van zichzelf, drukt de schepping zich op alle
niveaus uit in variaties van kenner, gekende en proces van
kennen.
De
onoverwinnelijke structuur van de Veda
Maharishi
is de leerling van Swami Brahmananda Saraswati, kortweg Guru Dev
genoemd. Volgens Maharishi zijn de Vedische hymnen in een volmaakte orde
of volgorde ingedeeld, waardoor de Veda haar eigen commentaar
verschaft. Vanaf het allereerste woord van de Rig Veda, het
woord Agnim, tot aan de laatste hymne wordt de kennis van
de stoffelijke en niet-stoffelijke wereld op een perfect
systematische wijze ontvouwen. Zo is het tweede woord van de Rig
Veda een commentaar op het eerste woord; is de tweede hymne een
commentaar op de eerste hymne; is de tweede sukta
(paragraaf) een commentaar op de eerste sukta, enzovoort.
Hetzelfde geldt voor de indelingen van de Samaveda, Yajurveda en
Atharvaveda. Alle vier geven ze de volledige kennis (Samhita)
van het bestaan, maar elk vanuit een eigen invalshoek. Deze
zijn:
Rigveda = de Samhita van kenner, proces van kennen en
gekende;
Samaveda = de Samhita van de kenner;
Yayurveda = de Samhita van het proces van kennen;
Atharvaveda = de Samhita van het gekende.
Dit verklaart waarom er vier Veda’s zijn, waarvan de Rigveda de
oudste is en de Atharvaveda vaak als ‘verborgen’ of onzichtbaar
wordt voorgesteld. Zo heeft Brahma, de Schepper, vier hoofden
die de Veda’s voorstellen, maar een ervan is onzichtbaar. Dit is
de Atharvaveda, die de kennis van het gekende of van de
stoffelijke wereld voorstelt. Deze stoffelijke wereld is, gezien
vanuit het Brahman, slechts maya of niet-bestaand en het
is om die reden dat de Atharvaveda vaak verborgen werd gehouden.
De Atharvaveda is ook bekend als de Brahmaveda, omdat het werd
gebruikt als handboek door de offerpriesters en de Brahmanen.
Ze bevat veel magische formules en bezweringen, maar de diepere
betekenis hiervan werd doorgaans geheim gehouden.
Bij het ontrafelen van de Vedische mantra’s gaat het niet alleen
om de betekenis van de woorden of handelingen, maar ook om de
klankwaarden, de volgorde van de woorden en verzen, de
grammatica, de structuur van de hymnen en zelfs de ruimten
tussen de woorden, verzen en hoofdstukken. Het geheel van al
deze onderdelen, die stuk voor stuk in de Vedanga’s
worden uitgelegd, verschaft de volledige kennis van de
geestelijke wereld en haar manifestaties. We kunnen de Vedische
hymnen vergelijken met zeer precieze natuurkundige of wiskundige
formules, maar dan in de taal en benaderingswijze van de Veda.
De Vedische goden (Devata’s) vertegenwoordigen daarbij bepaalde
natuurkrachten of aspecten van creatieve intelligentie: Agni =
Vuur, het vuur van kennis; Indra = Heelheid, die meer is dan de
som van haar delen; Varuna = Water; Vayu = Lucht; Soma = Geest,
enzovoort.
naar boven
↑
Printversie (Word-document) |