Amma-ji


Sai Baba


Maharishi


Sri Vasudeva


Jezus


Dalai Lama

welkom
actueel
Nārada Kush
consulten
beroepsopleiding
workshops & trainingen
vedische wetenschap
satsangs
publicaties
Kush reizen 2006
referenties
edelstenen
fotogalerie
links
sanskriet woordenlijst

   

  

De Veda's
 

Aan het begin van het tijdperk, Swetavaraha kalpa genoemd, wilde Brahma, de Schepper, graag zijn verlangen een universum te schep­pen tot vervulling brengen. Daarom mediteerde Hij duizenden jaren achtereen toen op een dag de allerhoogste God hem verscheen in de vorm van de oerklank OM (of AUM). De oerklank Om, ook bekend als de Pranava, is het symbool van het Abso­lu­te en is daarom het meest heilige symbool van de Veda’s.  Bekoord door Brahma’s  lange beoefening van ascese schiep de Opperheer uit  de oertrilling OM achtereenvolgens de Rigveda, de Yajurveda, de Samaveda en de Atharvaveda. Daarna onderwees Hij deze vier Veda’s aan Brahma, die nu in staat was met deze kennis het huidige universum te scheppen. Zo wordt aangegeven dat de Veda’s zelfs al voor de schepping van ons universum  bestonden.

De Veda is onvernietigbaar, altijd bestaand, ongeschapen en de bron van al het geschapene. De Vedische hymnen zijn een uitdrukking van de natuurwetten, die eeuwig dezelfde zijn en onveranderlijk hun werk verrichten, schepping na schepping. Omdat de Veda onveranderlijk en eeuwig is en zowel inzicht geeft in het scheppingsproces als in de evolutie van de mens, is ze door alle tijden heen als een anker voor het schip van het leven. Ze is de essentie van alle leven.

De hymnen van de vier Veda’s zijn niet het product van het menselijk intellect, maar de weergave van het goddelijke met behulp van het verfijnde waarnemingsvermogen van de Vedische zieners. Ze worden Shruti genoemd, dat wat geopenbaard is. De Vedische geschriften zijn een soort blauwdrukken van de absolute werkelijkheid en niet de Veda zelf. Het menselijk bewustzijn is de container van de Veda. In de mens is de Veda gevestigd in het hogere Zelf, de oorsprong van alle gedachten en handelingen.

Pas relatief kort geleden werden de Vedische hymnen als een geheugensteun en bevestiging voor de mensheid, door de wijze Veda Vyasa in systeem gebracht en op schrift gesteld.  Zijn discipelen, Paila, Vaisampayana, Jaimini en Suman­ta onderwezen hen aan hun discipelen en deze gaven ze weer door aan hun eigen leerlingen. Ze worden daarom amnaya  genoemd, of dat wat door traditie tot ons komt.

Betekenis, omvang en essentie van de Veda’s

De kennis van de vedische zieners over het bestaan en de ontwikkeling van het menselijk bewustzijn was onmetelijk. Alle takken van moderne wetenschap en alle technologie, ja zelfs alle wereldgebeurtenissen, vinden hun uiteindelijke vervulling in het ontrafelen van de wijsheid van de Veda. Inzicht in de betekenis en praktische toepassing van de Veda in het leven zal toenemen wanneer het menselijk bewustzijn zich verdiept. De Veda’s zijn voor een buitenstaander niet gemakkelijk te begrijpen. Haar kennis is in zeer beknopte vorm - aforismen - vastgelegd, wat het van buiten leren van de Veda voor de student vergemakkelijkte, maar wat haar toegankelijkheid zeer bemoeilijkt. Het is de Indiase wijsgeer Maharishi Mahesh Yogi die met behulp van de takken van moderne wetenschap de Vedische literatuur op zeer wetenschappelijke wijze in systeem heeft gebracht en in al haar onderdelen heeft verklaard.

Veda = volledige kennis van het leven

De Veda’s en haar onderdelen geven een volledige en systematische beschrijving van alle facetten van het bestaan. Maar wat wordt bedoeld met alle facetten van het bestaan of  ‘volledige kennis van het leven’?  In elk proces van de schepping en bij elke activiteit die we als mens verrichten kunnen we bij onderzoek naar ‘volledige kennis’ drie elementen onderscheiden:

de kenner                               = degene die waarneemt

het proces van kennen           = het proces van waarnemen

het gekende                            = datgene wat wordt waargenomen

De moderne wetenschappen houden zich voornamelijk bezig met ‘het gekende’, met datgene wat buiten ons ligt, en men probeert zich daarmee een  visie  te vormen omtrent het bestaan. Deze benadering is echter beperkt, omdat het menselijk bewustzijn zelf, die de container is van alle kennis, niet in dit concept van studie wordt meegenomen. De Veda neemt daarentegen het menselijk bewustzijn, haar structuur en ontwikkeling, juist als uitgangspunt voor onderzoek. Zij maakt gebruik van het oeroude adagio: door het Zelf te kennen kun je alles kennen, of: microkosmos is macrokosmos. De Veda geeft inzicht in en verklaart van daaruit alles over de kenner (het subject van kennis), het gekende (het object van kennis) en de relatie tussen die twee. Vanuit het basisprincipe van bewust-zijn, dat zich bewust is van zichzelf, drukt de schepping zich op alle niveaus uit in variaties van kenner, gekende en proces van kennen.

De onoverwinnelijke structuur van de Veda

Maharishi  is de leerling van Swami Brahmananda Saraswati, kortweg Guru Dev genoemd. Volgens Maharishi zijn de Vedische hymnen in een volmaakte orde of volgorde ingedeeld, waardoor de Veda haar eigen commentaar verschaft. Vanaf het allereerste woord van de Rig Veda, het woord Agnim, tot aan de laatste hymne wordt de kennis van de stoffelijke en niet-stoffelijke wereld op een perfect systematische wijze ontvouwen. Zo is het tweede woord van de Rig Veda een commentaar op het eerste woord; is de tweede hymne een commentaar op de eerste hymne; is de tweede sukta (paragraaf) een commentaar op de eerste sukta, enzovoort. Hetzelfde geldt voor de indelingen van de Samaveda, Yajurveda en Atharvaveda. Alle vier geven ze de volledige kennis (Samhita) van het bestaan, maar elk vanuit een eigen invalshoek. Deze zijn:

Rigveda            = de Samhita van kenner, proces van kennen en gekende;

Samaveda        = de Samhita van de kenner;

Yayurveda       = de Samhita van het proces van kennen;

Atharvaveda   = de Samhita van het gekende.

Dit verklaart waarom er vier Veda’s zijn, waarvan de Rigveda de oudste is en de Atharvaveda vaak als ‘verborgen’ of onzichtbaar wordt voorgesteld. Zo heeft Brahma, de Schepper, vier hoofden die de Veda’s voorstellen, maar een ervan is onzichtbaar. Dit is de Atharvaveda, die de kennis van het gekende of van de stoffelijke wereld voorstelt. Deze stoffelijke wereld is, gezien vanuit het Brahman, slechts maya of niet-bestaand en het is om die reden dat de Atharvaveda vaak verborgen werd gehouden. De Atharvaveda is ook bekend als de Brahmaveda, omdat het werd gebruikt als handboek door de offerpries­ters en de Brahmanen. Ze bevat veel magische formules en bezweringen, maar de diepere betekenis hiervan werd doorgaans geheim gehouden.

Bij het ontrafelen van de Vedische mantra’s gaat het niet alleen om de betekenis van de woorden of handelingen, maar ook om de klankwaarden, de volgorde van de woorden en verzen, de grammatica, de structuur van de hymnen en zelfs de ruimten tussen de woorden, verzen en hoofdstukken. Het geheel van al deze onderdelen, die stuk voor stuk in de Vedanga’s worden uitgelegd, verschaft de volledige kennis van de geestelijke wereld en haar manifestaties. We kunnen de Vedische hymnen vergelijken met zeer precieze natuurkundige of wiskundige formules, maar dan in de taal en benaderingswijze van de Veda. De Vedische goden (Devata’s) vertegenwoordigen daarbij bepaalde natuurkrachten of aspecten van creatieve intelligentie: Agni = Vuur, het vuur van kennis; Indra = Heelheid, die meer is dan de som van haar delen; Varuna = Water; Vayu = Lucht; Soma = Geest, enzovoort.

naar boven

Printversie (Word-document)